Toepassing gerichte vrijstellingen voor werknemer met buitenlandse werkgever

Loon is al hetgeen uit een (vroegere) dienstbetrekking wordt genoten. Vergoedingen en verstrekkingen in het kader van de dienstbetrekking behoren in beginsel tot het loon.

In de Wet IB 2001 is bepaald dat voor een belastingplichtige, die loon geniet uit een dienstbetrekking bij een werkgever die geen inhoudingsplichtige is voor de loonbelasting, de door hem ontvangen vergoedingen en verstrekkingen niet tot het loon behoren voor zover een inhoudingsplichtige daarover geen loonbelasting zou zijn verschuldigd.

De bepaling is in de wet opgenomen om te voorkomen dat werknemers met een niet-inhoudingsplichtige werkgever in een nadeliger positie komen dan andere werknemers. De eerstgenoemde werknemers hebben in elk geval recht op een vrijstelling die gelijk is aan het percentage van de vrije ruimte. Dat geldt ongeacht of zijn werkgever vergoedingen en verstrekkingen als eindheffingsbestanddelen heeft aangewezen.

Volgens Hof Den Haag is er geen aanleiding om ten aanzien van de gerichte vrijstellingen anders te oordelen. Wel dient te worden getoetst of de vergoedingen blijven binnen de voorwaarden en grensbedragen van de betreffende gerichte vrijstellingen. De gebruikelijkheidstoets geldt niet voor de gerichte vrijstellingen. Dit volgt uit de wetssystematiek.

Lees ook onze andere artikelen!

Vordering op kind geen banktegoed voor box 3

Stichting verantwoordelijk voor loonbelasting van verpacht restaurant

Grenzen aan herstel ambtelijk verzuim gebruikelijk loon via LB

Cashbonus ipv aandelenrechten: mag een voorziening?

Uitkeringen lijfrente terecht in box 1

Tariefmaatregel op doorbetaald pensioen is geen discriminatie

Minimumloon per [br] 1 januari 2025

Naheffing [br] omzetbelasting

Mastertitel op [br] wo-niveau

Akkoord vroeg-pensioenregeling

Vermogensgrens zorgtoeslag 2025